Boekentips en meer informatie

Echtscheiding met kinderen? Kijk dan eens naar deze boeken. Je vindt ze ook in de bibliotheek van Wendy.

Liesbeth A. Groenhuijsen, Ouderschapsplan, isbn 90 6665 734 0 (alleen nog tweedehands)
Kind in bemiddeling, isbn 9789066658226
Ed Spruijt, scheidingskinderen, isbn 9789066658455 (wetenschappelijk)
Het zandkastelen programma en de kinderen scheiden mee, isbn 9066655127
Martine F. Delfos, Luister je wel naar mij, isbn 9066653663 en het vervolg:Ik heb ook wat te vertellen, isbn 9789066656529
Beter Scheiden, (redelijke afspraken, minder stress), isbn 9789066658493
Femke van der Gun, Echtscheiding: kiezen voor het kind, isbn 9066657189
Jacqueline van Swet, Mijn ouders gaan scheiden, en ik dan?, isbn 9026928904
Carlijne Vos, Scheiden met je ex, toch samen goede ouders, isbn 9789027495440
Martine F. Delfos, Weekendvaders, isbn 13/10906665788
Aleide Hendrikse Voogt, Stoppen als partners, doorgaan als ouders, isbn 9789088500152
Samengesteld gezin, isbn 978906665541 6
Een atlas voor het stiefgezin, isbn 9789088500053
En ze leefden nog lang en gelukkig, isbn 9789066659322

Voor de kinderen:
Een steuntje in de rug (het gebruik van therapeutische verhalen), isbn 9789066658070
Bang Boos Blij, isbn 9075564643
Julia heeft twee huizen, isbn 9789085605201
Kamil de groene kameleon, isbn 9789085605812
Ik & Co, isbn 9789085605584
Van alles twee, isbn 9789085605041
Dees, een vader en een viool, isbn 9789066655430
Ouders in het wild (Over Fleur en haar stiefgezin), isbn 9789085605454
Wat kan je doen als je veel piekert (help-oefenboek voor kinderen), isbn 9789085605560

Wat is het kinderverhoor?

Ga je scheiden en heb je kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar? Dan mogen ze een brief schrijven aan de rechter, of langskomen op de rechtbank om met de kinderrechter te praten. In een kwartiertje worden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te vertellen hoe zij denken over de zorgregeling in het ouderschapsplan dat jullie hebben opgesteld.

Ook bij andere rechtzaken, zoals een gezags- of omgangszaak, ontvangen kinderen een uitnodiging om hun mening te geven. Jongeren van 16 of 17 jaar kunnen ook hun mening geven over de kinderalimentatie. Dat mag overigens ook per brief, ook zij hoeven niet naar de rechtbank te komen als ze dat niet willen. Het kinderverhoor wordt meestal gepland in vlak voor de mondelinge behandeling van de echtscheiding. Bij een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding wordt de uitnodiging direct na binnenkomst van het verzoekschrift verzonden. Het gesprek met de rechter heet ‘kinderverhoor’, maar is maar een kort gesprekje, zo’n 10 à 15 minuten. Het gesprek vindt alleen met het kind plaats, de jullie zijn daarbij niet aanwezig. In dit filmpje ‘Jouw mening telt!’ wordt een en ander verduidelijkt. Er is ook een folder Kinderverhoor beschikbaar.

Wet werk en zekerheid per 1 juli 2015.

Er is veel veranderd sinds de nieuwe wet haar intrede heeft gedaan. Voor mensen die werkloos worden door ontslag is de website van de UWV de aangewezen informatiebron.

De wet wordt uitgebreid toegelicht op MKB servicedesk.

Alimentatie

De mediator rekent uit wat de behoefte en de draagkracht voor het betalen van kinderalimentatie is, ook wordt de hoogte van de eventuele partneralimentatie berekend.

Wil je zelf oriënterend rondkijken op het web, gebruik dan de Echtscheidingswijzer.

Omgangsregeling opa en oma

Op 3 maart 2015 hebben de Kamerleden Oskam en Keijzer de Initiatiefnota ‘Opgroeien met opa en oma’ – Omgang in het belang van kleinkind en grootouders – ingediend bij de Tweede Kamer (34168). De nota is niet door iedereen gunstig onthaald. Het onderwerp is in toenemende mate van belang omdat steeds meer grootouders regelmatig op hun kleinkinderen passen vanwege het feit dat beide ouders een baan hebben. Het zijn dan de grootouders die hun kleinkinderen naar school brengen en na afloop weer ophalen of die met de kinderen naar zwem- of muziekles gaan en die met hen de maaltijden nuttigen. In de wet komt het begrip grootouder nauwelijks voor en de term ‘kleinkind’ is slechts één keer te vinden, namelijk in het adoptierecht. Een echtscheiding van de ouders gooit in veel gevallen roet in het eten. Relaties vertroebelen en een boze schoondochter of -zoon wil niet langer dat de kinderen contact hebben met hun grootouders die de ouders zijn van zijn of haar ex.

Volgens de indieners mogen in Nederland veel grootouders geen contact onderhouden met hun kleinkinderen en dat levert veel verdriet op. Zij willen daarom een voorzet geven voor een parlementaire discussie over een wettelijke omgangsregeling voor grootouders.
Het Burgerlijk Wetboek geeft in het omgangsrecht grootouders de mogelijkheid om contact te onderhouden met hun kleinkinderen. Hetzelfde geldt andersom en dat is minstens zo belangrijk: kinderen hebben recht op omgang met hun grootouders, net zoals zij dat hebben met hun broertjes en zusjes. Zowel de kinderen als de grootouders kunnen de rechter vragen een omgangsregeling met hun kleinkind op te leggen (art. 1:377a lid 2 en 1:377g BW). Alleen is dat niet met zoveel woorden in de wet uitgeschreven. De wet spreekt uit in art. 1:377a lid 1 BW dat het kind het recht heeft op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. Mede dank zij art. 8 EVRM, eerbiediging van het familie- en gezinsleven, vallen zowel de broertjes en zusjes als ook de grootouders onder het begrip ‘degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat’. Dit is reeds in 1979 vastgelegd in het Marckx-arrest, waarvan de belangrijkste uitgangspunten regelmatig terugkeren in uitspraken van de Hoge Raad. Wel moet dan steeds aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld worden of er inderdaad sprake is van ‘family-life’.
Als de omgang niet op een ‘natuurlijke’ wijze kan worden voortgezet of tot stand komen kan de rechter op verzoek van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een omgangsregeling vaststellen. De grootouders zullen met nadere feiten en omstandigheden de rechter moeten proberen te overtuigen van het bestaan van een nauwe persoonlijke betrekking. Anders dan in sommige van de ons omringende landen is, is het stellen dat er een afstammingsrelatie bestaat op zichzelf onvoldoende. Welke bijdrage hebben de grootouders geleverd aan het ‘grootgroeien’ van het kind en bestond er bijvoorbeeld een structurele oppasregeling? Hebben de grootouders een aandeel gehad in de feitelijke verzorging en woonden zij samen met het kind in een gezinsverband? Deze en andere vragen zal de rechter meenemen in zijn beoordeling, waarbij alle relevante omstandigheden van het geval meetellen. Maar tevens is het van belang dat een rechter niet alleen kijkt naar de kwantitatieve kant van de relatie, maar vooral naar de kwalitatieve. Immers, ook tussen grootouders en kleinkinderen die elkaar niet regelmatig zien kan een sterke affectieve relatie bestaan.
Hoe we het ook wenden of keren, bij dit alles blijft het ‘belang van het kind’ een eerste overweging. Aan dit adagium van het Nederlandse jeugdrecht, waaraan ook het general comment nummer 14 van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind uit 2013 is gewijd, is iedere rechter gebonden. Hoezeer grootouders ook recht hebben op omgang met hun kleinkind, als er contra-indicaties bestaan kan dit niet worden geëffectueerd. Zo blijkt uit een uitspraak van februari 2015 dat er grootouders zijn die zo hun boekje te buiten gaan dat zij voor de strafrechter moeten verschijnen en veroordeeld worden omdat zij hun kleinkinderen niet met rust kunnen laten. Ook Vlaardingerbroek laat in een artikel (EB 2013/23) zien wat er soms (ernstig) misgaat in de relatie tussen grootouders en hun kleinkinderen.
Het in art. 1:377b BW geregelde informatierecht heeft alleen betrekking op de niet met het gezag belaste ouder, zodat grootouders geen wettelijk recht hebben om door de ouder met gezag geïnformeerd te worden over hun kleinkinderen. De praktijk leert dat de rechter desalniettemin op grond van art. 8 EVRM regelmatig aan grootouders het informatierecht toekent. Daarbij stelt de rechter dan vast dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen grootouders en kleinkinderen. Grootouders zonder een dergelijke betrekking vallen buiten de boot. Andersom geldt dat kinderen op grond van art. 1:377g BW via de informele rechtsingang informatie kunnen krijgen over hun grootouders met wie een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, maar niet met grootouders voor wie dat niet geldt. Toepassing van het informatierecht biedt de mogelijkheid voor de grootouders dat zij op de hoogte blijven van de belangrijkste ontwikkelingen in het leven van hun kleinkind. De indieners van de nota voegen hier aan toe dat het kleinkind, zodra het meerderjarig is, dan gemakkelijk(er) een band kan beginnen of voortzetten.
Voor grootouders die geen contact (kunnen) hebben of krijgen met hun kleinkinderen is dit buitengewoon verdrietig en frustrerend. Hetzelfde geldt voor veel kinderen, die vanwege de scheiding van hun ouders verstoken blijven van contact met hun opa en oma. Om toch contact op gang te krijgen is het vooreerst van belang dat dit geprobeerd wordt met buiten justitiële middelen. Zijn er andere familieleden die een verzoenende rol kunnen spelen of kan er wellicht een mediator in de arm worden genomen? Er zou ook gedacht kunnen worden aan het benoemen van een bijzondere curator, die de belangen van het kleinkind kan behartigen. Daarvoor is dan wel enige creatieve uitleg van art. 1:250 BW nodig.
Pas als niet op vrijwillige basis een doorbraak volgt kan aan de rechter gedacht worden. Van kinder- of familierechters mag verwacht worden dat zij op basis van hun ervaring met de art. 1:253a en 1:262b BW ook in dit soort zaken een mitigerende rol kunnen vervullen. Het is dan wel nodig dat grootouders een betere rechtsingang krijgen dan zij nu hebben, daarin hebben de initiatiefnemers een punt. Gelijkschakeling met de regels in België en Duitsland is daartoe een goede aanzet. Grootouders hoeven dan niet langer aan te tonen dat zij een nauwe persoonlijke betrekking hebben met het kind. Zo heeft Koens in 2013 voorgesteld art. 1:377a lid 1 BW als volgt te wijzigen:
”Het kind heeft recht op omgang met zijn ouders, zijn grootouders, en degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat.”
Zo vloeit uit de wettekst voort dat de wettelijke afstammingsrelatie het kind recht geeft op persoonlijke betrekkingen met zijn ouders en grootouders. Kleinkinderen en grootouders hebben dan beiden een rechtsingang om, indien nodig en gewenst, de rechter te raadplegen over onderling contact. Uiteraard blijft vervolgens wel de regel gelden dat bij een beslissing over het contact het belang van het kind van doorslaggevende betekenis blijft. Dit laatste zou dan door de grootouders en niet door de ouders aangetoond moeten worden. De voorgestelde wijziging voorkomt dat, zoals thans dikwijls het geval is, grootouders niet aan de ontvankelijkheidseis voldoen en dus niet toekomen aan de vraag of een omgangsregeling in het belang van het kind is.
Zoals gezegd geven rechters contra legem grootouders regelmatig een informatieregeling. Ook hier hebben de initiatiefnemers een punt om grootouders voor wie de rechter geen omgangsregeling wil treffen, wel de mogelijkheid te bieden van tijd tot tijd geïnformeerd te worden over het wel en wee van hun kleinkind. Koens vindt dat met betrekking tot dit punt nagegaan moet worden of het wenselijk is de wet ook in deze te wijzigen, opdat grootouders en kleinkinderen in ieder geval toegang krijgen tot de rechter.
Grootouders zijn in veel gevallen voor hun kleinkinderen buitengewoon belangrijk. De wet zou die relatie beter moeten beschermen dan thans het geval is. Grootouders een sterkere rechtsingang geven betekent nog niet dat het kind tegen zijn of haar wil een relatie of contact wordt opgedrongen. Het adagium ‘het belang van het kind’ houdt zijn doorslaggevende betekenis.

Voetnoten

[1] Mr. A.P. van der Linden, familie- en jeugdrecht deskundige.